U bent hier

 

In Oudergem, een school aan de andere kant van kantoren .

Gesprek met architect Sébastien Causin (Fabrique d’espaces)
In 2010 vormt een groep van zeven ouders samen een vzw voor de oprichting van een secundaire school met actieve onderwijsmethode, die moet aansluiten op de basisschool Autre Ecole. In september 2013 geeft de regering van de Federatie Wallonië-Brussel toestemming voor de oprichting van ‘De l’Autre Côté de l’Ecole’, waardoor de concretisering van het project mogelijk wordt, omdat daardoor de nodige fondsen vrijkomen voor het gebouw, via het Garantiefonds, en voor de werking van de school. 
 
In januari 2014 koopt de vzw een deel van een kantoorgebouw aan de Waversesteenweg 1789 in Oudergem. Daar opent De l’Autre Côté de l’Ecole in september 2014 de deuren en momenteel zijn er 196 leerlingen. De secundaire school is een freinetschool, die zich richt op samenwerking, participatie en inclusie: in elk jaar zitten tien leerlingen met diverse handicaps. Op termijn zullen er 550 leerlingen van 12 tot 17 jaar zijn, verdeeld over 26 klassen. De l’Autre Côté de l’Ecole wordt erkend door de Federatie Wallonië-Brussel en behoort tot het Felsi-net (Fédération des Etablissements  Libres Subventionnées Indépendants). 
 
Sébastien Causin is de architect die de opdracht kreeg om de oude kantoorruimtes stap voor stap om te vormen tot een echte school. De grootste problemen van de reconversie hebben te maken met:
  • de bestemmingswijziging van het gebouw;
  • de combinatie van de school met een kantoorvleugel;
  • de uitvoering van de werken in een gebouw waarin activiteiten plaatsvinden (plaatsing van tussenwanden, bouw van nieuwe trappen, afwerking, inrichting van de ontspanningsruimtes in het gebouw); 
  • de geleidelijke ingebruikname van de school (opening van vier nieuwe klaslokalen per jaar, gedurende zes jaar); 
  • het gebrek aan buitenruimtes.
Is dit uw eerste project in de onderwijssector?
Inderdaad, dit is ons eerste project van dit type. Ik ben nu zo’n vijftien jaar architect en ik heb veel privéprojecten gedaan, waarna ik ben overgeschakeld naar semioverheidsprojecten, zoals medische centra, kleine voorzieningen en sociale woningen. We hebben ook veel transformaties en renovaties van verschillende omvang gedaan, vooral in Brussel. Ik ben in dit project terechtgekomen via de lagere school van mijn kinderen, omdat de groep die het project was gestart snel een architect nodig had, met name om potentiële gebouwen te bekijken.
 
Waarom koos u voor een renovatie in plaats van nieuwbouw? En waarom dit gebouw?
Het is in Brussel heel moeilijk om een goed gelegen bouwgrond te vinden, die voldoende groot is voor een secundaire school van 550 leerlingen. Zo kwam de groep automatisch terecht bij de reconversie van een kantoorgebouw, omdat er zo veel leegstaat in die sector. Dit gebouw was beschikbaar en het beantwoordde enerzijds aan de locatie die de oudergroep voor ogen had en anderzijds aan de plaatscriteria die de Federatie Wallonië-Brussel oplegt. Omdat het gebouw te groot was voor het project, werd een groepsaankoop opgezet met een privébedrijf, waardoor de hele operatie economisch haalbaar werd. Het gebouw zal dus in tweeën verdeeld worden, met één helft voor de school en de andere helft blijft een kantoorbestemming. 
 
Dat leidt tot een hele reeks moeilijkheden en beperkingen…
Vooral wat de technische elementen van het gebouw betreft. De installaties voor de verwarming, ventilatie, elektriciteit en zo meer moeten worden opgedeeld om de twee gedeeltes van het gebouw te bedienen. Ook de circulatie binnen het gebouw moet volledig anders opgezet worden. Er komen twee afzonderlijke ingangen, de liften en noodtrappen moeten verdeeld worden, noem maar op. Bij het ontwerp is ernaar gestreefd om zware ingrepen in de ruwbouw te vermijden. Het gaat vooral om de afwerking van de binnenkant. We veranderen niets aan de gevel of de volumes van het gebouw, want dat is niet oud en ook niet verouderd. We moeten ons natuurlijk houden aan de normen van de Federatie Wallonië-Brussel (oppervlakte van de klaslokalen, van de ontspanningsruimtes) om subsidie te krijgen, maar dat is mogelijk binnen het kader dat de structuur van het gebouw oplegt. 
 
Dat is allemaal besproken en gecontroleerd voordat de aankoop plaatsvond. Ook de aanvraag van de stedenbouwkundige vergunning is gebeurd voorafgaand aan de aankoop, vlak na de ondertekening van de voorlopige koopakte en de toekenning gold als een opschortende voorwaarde. 
 
Voor de toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers hebben wij het voordeel dat er meerdere liften zijn in het gebouw. De school zal er daarvan maar een overhouden, waardoor alle verdiepingen toegankelijk zijn voor rolstoelgebruikers. De andere drie worden gebruikt door het aanpalende kantoorgebouw. Alleen het sanitair en de breedte van de deuropeningen moeten aangepast worden. We hebben ervoor gekozen om dit principe overal toe te passen, zodat de school volledig toegankelijk is.
 
Moest de gemeente overtuigd worden?
De gemeente was altijd voorstander van het project om het gebouw om te vormen tot een school, maar moest vooral gerustgesteld worden over de bezorgdheid van de buurtbewoners voor de mobiliteit en de angst van de buren voor de hinder door de aanwezigheid van zo veel jongeren. We hebben uitgelegd dat de school het zachte weggebruik (fiets, openbaar vervoer) zou aanmoedigen en de ouders zou aansporen om hun kinderen in de buurt van de school af te zetten, waardoor het verkeer op de Waversesteenweg niet belast zou worden. Er heeft een overlegvergadering plaatsgevonden waarin de buurtbewoners hun mening over het project konden geven en in juli 2014 hebben we de vergunning gekregen.
 
De school zal samen groeien met haar leerlingen?
Inderdaad, de 550 leerlingen zullen geleidelijk komen: elk jaar zal de school vier nieuwe klaslokalen openen, evenals een klas voor gedifferentieerd onderwijs. 
 
Welk budget is er nodig voor zo’n soort project?
Dat was nog een bezorgdheid, want het budget is heel laag: we hebben een renovatiebudget van 400 euro per vierkante meter. Dat dwingt je om te roeien met de riemen die je hebt, om creatief te zijn. Als je duurzame en akoestisch performante scheidingswanden tussen de klassen wilt plaatsen, de verlichting en de ventilatie wilt verbeteren, dan moet je radicale keuzes maken, zoals het ruwe beton zichtbaar laten op de plafonds en de radiatoren en convectorbakken hergebruiken. Maar je moet er ook een aangename plek van maken voor een school: door te letten op de kwaliteit van het materiaal, door te spelen met texturen, kleuren en vormen, door de muren blank te laten zodat de school die zelf kan invullen.
 
De werken verlopen in fasen, in een gebouw dat in gebruik is. Dat houdt beperkingen in.
We hebben de vergunning in juli 2014 gekregen en de school ging open in september. We zijn dus gestart met de bestaande wanden en enkele zeer kleine aanpassingen. Tegelijk zijn we begonnen met het onderzoek naar de duurzame inrichting van alle verdiepingen van het gebouw, in overleg met de eigenaar van de andere helft van het gebouw voor de verdeling van de technische installaties. De werken aan de andere verdiepingen zullen zo snel mogelijk van start gaan op twee verdiepingen die leegstaan. 
 
De uitvoering van werken in een gedeeltelijk gebruikt gebouw levert ook een reeks moeilijkheden op voor de toegang. Om de hinder van de werken te beperken, moet je creatief zijn in de keuze van materialen. We hebben eveneens nagedacht over de manier waarop we het schoolproject zouden integreren in de bestaande structuur, die nogal specifiek en beperkend is, om interactiviteit tussen de klassen en de secties te creëren, om verbindingen tussen de verdiepingen mogelijk te maken, om de circulatie voldoende vlot te laten verlopen, om de ontspanningsruimtes in te richten… We vertrekken dus niet van een blanco blad waar alles mogelijk is. Behalve de kenmerken van het gebouw, is ook het programma duidelijk gedefinieerd. Je moet dus heel flexibel en creatief zijn en je kunnen aanpassen.
 
In aansluiting daarop: hoe gaat u om met de collectieve ruimte in afwezigheid van een schoolplein?
We hebben geprobeerd om de ontspanningsruimte voor de leerlingen buiten de klaslokalen zo groot mogelijk te maken. Op het gelijkvloers was er bijvoorbeeld een garage van de Post en daar hebben we een ruimte van ongeveer 600 m2 ingericht met pingpongtafels, minivoetbalgoals, enzovoort. En aan de kant van de Waversesteenweg zullen we een grote raampartij maken om meer licht binnen te krijgen. Op de verdieping komt er ook een ruimte van zo’n 600 m2 die bestemd zal zijn als ontspanningsruimte. En op elke verdieping komt er een samenkomstplek die groter zal zijn dan een schoolgang. Voor de sportvoorzieningen, waarvoor er hier geen plaats is, is er een afspraak met de gemeente. De klassen hebben toegang tot het gemeentelijk sportcentrum dat tegenover de school ligt.
 
Hoe verlopen de contacten met de leerkrachten?
We hebben veel contact over het project, over de indeling van de ruimtes in het gebouw, de circulatie, de aaneenschakeling van de klaslokalen, de keuze van de materialen, enzovoort. Tijdens het hele ontwerpproces letten we erop dat we geen vaststaand project afleveren, maar dat er integendeel mogelijkheid blijft voor de leerkrachten en de leerlingen om zelf invulling te geven aan de ruimtes, van de modulariteit van de wanden tot de gebruikte materialen.
 
Als je te maken krijgt met dit soort beperkingen binnen een gesloten plek, met buren die in hetzelfde gebouw zitten, dan komt er vanzelf meer rust, meer respect in de school?
Waarschijnlijk wel. In elk geval verloopt alles op dit moment naar wens, in een redelijk kalme sfeer waarbij iedereen zacht praat. En de leerlingen trekken hun schoenen uit als ze de klas ingaan. 
 
Aan de buitenkant zal het dus niet lijken op een gewone school, een schoolgebouw dat opvalt in het straatbeeld? 
Inderdaad. De postmoderne architectuur van het gebouw is nogal gesloten en laat niets zien van wat er binnen gebeurt. Het gebouw is niettemin in goede staat en op dit moment is er geen sprake van ingrepen in de structuur. De prioriteit ligt bij de inrichting van de klaslokalen. Op termijn kan worden gekeken naar de ingang van het gebouw om de communicatie met de buitenkant te verbeteren. 
 
De reconversie van kantoren in scholen of woningen komt steeds meer voor in Brussel. Is dat een interessante kans om te investeren voor een architect? Is het niet zeer moeilijk of onmogelijk in termen van techniek, budget, termijnen, enz.?
Voor de transformatie tot woningen worden gebouwen vaak volledig gestript: ook de buitenkant wordt dan vervangen om de technische en akoestische eigenschappen te verbeteren, zodat er meer ruimte is voor architecturale ingrepen. Het interessante van dit project is het omgaan met de beperkingen, het programma, de creativiteit die je aan de dag moet leggen om rond te komen met een beperkt budget. Maar er zijn inderdaad mogelijkheden en we kunnen dromen over de toekomst, zoals de inrichting van buitenruimtes op de verdiepingen, maar dat is op dit moment financieel niet realistisch. 
 
Geeft deze eerste school u zin om nog andere schoolprojecten te doen? 
Jazeker! Behalve alles wat ik al heb gezegd, is ook dat aspect van een publieke dienst interessant, de maatschappelijke rol die je speelt omdat je een kader, een omgeving schept die verrijkend is voor de evolutie van de leerlingen.