U bent hier

 

In Ukkel, een actieve school in hangars.

Gesprek met architect Grégoire Verhaegen (Agentschap Arter)
In 2009 slaat een groep ouders de handen ineen om een secundaire school met een actieve leermethode op te richten in het zuiden van Brussel. Eind 2012 geeft de regering van de Federatie Wallonië-Brussel de goedkeuring voor de ‘Ecole Active’, waardoor het project concreet kan worden, omdat er nu budget is voor de startinvestering in een gebouw via het Garantiefonds en voor de werking van de school.
 
Eind 2013 neemt de Ecole Active een erfpacht op een kantoorgebouw met pakhuizen aan de Stallestraat 70-82 in Ukkel. Dit is het voormalige gebouw van de uitgeverij Dupuis (Dupedi), dat onder meer de tijdschriften L’Événement, L’Événement Immobilier, Talkies en Voyages Voyages uitgaf. In september 2014 opent de Ecole Active haar deuren met vier klassen in het eerste jaar van het secundair. De klassen zijn tijdelijk ondergebracht in mobiele containers die op het binnenplein staan. Intussen wordt de renovatie van het kantoorgebouw aan de Stallestraat aangepakt en worden de pakhuizen aan de rechter- en achterkant van het binnenplein ingericht. Er komen elk jaar nieuwe klassen bij, totdat er een capaciteit van 600 leerlingen is bereikt in 2020. 
 
Grégoire Verhaegen, projectleider binnen het agentschap Arter, is de architect die deze transformatie stap voor stap in goede banen leidt, van kantoren en opslagruimte tot een echt schoolgebouw. De werken zullen drie tot vier jaar duren. In de hangar aan de achterkant van het perceel moeten vanaf september 2016 klaslokalen komen. De hangar aan de zijkant zal in januari zijn omgevormd tot een sportzaal met een sanitair blok. En het gebouw aan de voorkant van de straat moet worden opgeknapt en zal in september 2018 zijn klaslokalen openen. Het binnenplein wordt omgevormd tot speelplein en er komt een brede loopbrug die de drie gebouwen verbindt.
 
Is dit uw eerste project in de onderwijswereld?
Het agentschap Arter heeft ook de uitbreiding van het Sint-Jan-Berchmanscollege en een aantal crèches gebouwd. Momenteel werken we aan de Ecole des Trèfles. Ikzelf heb onder andere drie casino’s en studentenkoten gedaan. Maar dit is inderdaad mijn eerste school. 
 
Hoe hebt u de leiding gekregen over dit project?
Het project is gelanceerd door ouders, die twee groepen hebben opgericht: de ‘vrienden van de school’, dat zijn de investeerders; en de inrichtende macht van de school, die verantwoordelijk is voor de pedagogische aspecten. De kinderen van de voorzitter van de inrichtende macht, Mathias Schmidt, zitten op dezelfde school als mijn kinderen. Ik was geïnteresseerd in het project, zonder dat ik er concreet bij betrokken was. Toen hij het principeakkoord van de Federatie Wallonië-Brussel had, vroeg hij mij om eraan mee te werken.  
 
Wat waren uw beweegredenen om in het diepe te springen?
Mijn kinderen zitten op een school met een actieve onderwijsmethode en ik heb veel aandacht voor de vragen naar de werking van de school die voortvloeien uit dit type onderwijs. Zo’n soort pedagogisch project gaat heel goed samen met een burgerinitiatief zoals dit, zonder dat het daarom communautaristisch of religieus geïnspireerd moet zijn. Voor mij is dit belangrijk en mijn deelname aan het project sloot aan op mijn persoonlijke visie en principes. De privésector moet niet in de plaats komen van de overheid, maar de overheid moet openstaan voor initiatieven uit de privésector en die ondersteunen. Bovendien is het fijn om mee te werken aan zo’n project, dat zo veel enthousiasme en positieve energie opwekt. Het is ook een interessant project omdat alles heel snel gaat. Er zijn projecten, die uiteraard groter zijn, maar die meer tijd vragen voor het onderzoek, de aanvraag van de vergunningen, enzovoort. Hier werd het al heel snel concreet. Daarbij was de hulp van de schoolfacilitator van essentieel belang voor alle aspecten die wij niet beheersen, zoals de contacten met de hoofdrolspelers van de gemeente en het gewest. Want het moet ook snel gaat: vorig jaar had het project een paar duizend euro en nu, één jaar later, hebben we de school geopend en hebben we een principeakkoord voor een renovatie van vijf miljoen euro afgesloten. Een andere interessante uitdaging is het aantal zeer diverse mensen die sterk betrokken zijn bij het project, hoewel ze niet actief zijn in de bouwsector. Je moet naar hen luisteren, goed begrijpen wat ze willen en verwachten, weten wat hen drijft. Het is een heel bijzondere dynamiek, met veel gemotiveerde en zelfs gepassioneerde mensen. Het is ook boeiend op menselijk vlak. We hebben gewerkt zonder vooronderstellingen, zonder te vertrekken vanuit een bestaand onderwijsmodel. Dat is een van de sleutels van het succes: elke school is bijzonder, met haar eigen mensen, behoeften, in haar eigen omgeving. Dat is nog meer het geval wanneer je vertrekt vanuit een bestaand gebouw, zoals hier. Deze werkwijze, zonder een vaststaand model, genereert enorm veel enthousiasme. En in Brussel moet zo’n project in de toekomst deel uitmaken van een transversale aanpak op de schaal van de buurt, met een mix van functies zoals huisvesting, kinderopvang, ateliers, openbare ruimte… 
 
Wat zijn de typische kenmerken van dit project?
Wij bevinden ons in een heringerichte zone die aanvankelijk niet bestemd was voor een school. Het is een industriële site aan een verkeersas die zeer druk is tijdens de spitsuren en in een wijk die volop in beweging is, die snel verandert, met onder meer voormalige kantoorgebouwen die worden omgevormd tot woningen. Aangezien ons budget beperkt is, bewaren we de structuren en funderingen van de gebouwen zo veel mogelijk. In de hangar aan het einde van het perceel, waar de eerste, tweede en derde klassen zullen komen, evenals het secretariaat en de directie, werken we met houten modules binnen de bestaande structuur. De centrale hangar, rechts van het binnenplein, zullen we gebruiken voor een grote sportzaal en sanitaire voorzieningen. En het gebouw aan de voorkant van de straat wordt verhoogd, zodat de klassen van het vierde, vijfde en zesde jaar er onderdak kunnen krijgen, evenals ruimtes voor de leerkrachten, wetenschapsklassen en een mediatheek. En we leggen een groot terras tussen de gebouwen, boven een deel van het binnenplein, dat de gebouwen aan de voor- en achterkant met elkaar zal verbinden en de buitenruimte zal verdubbelen en deels overdekken. In de gebouwen voor- en achteraan komen er gemeenschappelijke ruimtes voor allerlei groepen: een atrium, een brede trap die kan dienen als tribune, een kleine zitruimte… Doordat we werken binnen een gebouw dat aan het einde van het perceel ligt, met geprefabriceerde houten modules die ter plekke in enkele weken tijd worden geassembleerd, kunnen we snel gaan. Tegelijk beperken we de overlast en kiezen we voor een bijna-passiefnorm voor de isolatie van de klaslokalen. We zitten echt heel goed op het vlak van energieverbruik, zonder dat we daarvoor zwaar moeten investeren. Wat de recreatieruimte betreft, dat wordt niet zomaar een simpel plein. We denken na over de opdeling daarvan tussen de verschillende klasniveaus en willen er paden en parcours aanleggen, met verschillende tempo’s en ritmes: sneller, trager, rustiger…
Het gebouw aan de straatkant wordt gerenoveerd en verfraaid met een oversteeksel en zuilen, waardoor het op gelijke hoogte komt met de rest van de gebouwen in de Stallestraat en een echte visuele identiteit aan de school zal geven.
 
Wat zijn de grootste moeilijkheden?
Het voornaamste probleem voor de integratie van het project in de wijk is de mobiliteit. Er is natuurlijk een mobiliteitsplan, maar er zijn ook aanmoedigingen van de school aan de leerkrachten om met het openbaar vervoer te komen, evenals een uitgebreid educatief project voor de leerlingen om hen bewust te maken van het gebruik van zachte vervoerswijzen. Er is nu al een groot aanbod van openbaar vervoer en omdat het een oud kantoorgebouw is, zijn er ook veel parkeerplaatsen in de buurt die de school zou kunnen kopen. En er zullen geen leveringen met vrachtwagens meer gebeuren, zoals in het verleden het geval was. Ook de verdichting van de binnenkant van het stratenblok was een punt. We hebben een studie naar de verlichting gedaan om aan te tonen dat wij niets veranderen aan de huidige situatie van de schaduw die op de buren valt. Tevens nemen we maatregelen om de geluidshinder te beperken, bijvoorbeeld met plantaardige barrières, absorberend materiaal op de vloer, ruime afstand ten opzichte van de gemeenschappelijke scheiding. Maar dat is in elk geval beperkt tot de pauzes, dat wil zeggen tijdens de dag en door de week en niet in de vakantie, dus in principe wanneer de buren vertrokken zijn naar hun werk. Een andere moeilijkheid is de noodzaak om de werkzaamheden uit te voeren in fasen in een school die al in functie is. Je moet zo veel mogelijk rekening houden met de planning en de circulatie, dus bijvoorbeeld het materiaal laten leveren tijdens de schoolvakanties en tijdens de schooluren alleen werken uitvoeren binnen afgesloten ruimtes. 
 
Zijn er specifieke initiatieven om de contacten met de buurtbewoners te bevorderen?
Het is de bedoeling dat de sportzaal kan worden verhuurd aan de gemeente of aan erkende sportclubs. Er is rechtstreekse toegang tot de sportzaal in de Stallestraat. Ook de creatieve ateliers zouden ’s avonds toegankelijk kunnen zijn voor verenigingen. We streven ernaar dat de school deel uitmaakt van een buurtproject.
 
En de leerlingen? Worden zij ook aangesproken, zodat zij zich betrokken voelen bij hun nieuwe school? 
Tijdens de les werd aan de jongeren gevraagd om een soort maquette te bouwen van hun droomschool. Tijdens een presentatie van ons project heb ik foto’s van hun werkstukken gebruikt en dat raakte hen echt, want soms was er een indrukwekkende overeenkomst tussen wat er moest gebeuren en wat zij hadden bedacht. Een van hen had gedacht aan de brug boven het speelplein, iemand anders aan de noodzaak om in de hoogte te werken, enzovoort. Toen zij de presentatie zagen waarin hun ideeën waren verwerkt, voelden veel van de jongeren zich trots. Nu zullen we nagaan in welke ruimtes de leerlingen hun ideeën kunnen uitdrukken, delen van het gebouw die ruw gelaten worden, zodat zij er hun project kunnen ontwikkelen. Er zijn zo veel mogelijkheden. 
 
Maar is het niet frustrerend dat je met veel meer dingen rekening moet houden dan bij een nieuwbouw? 
Sinds mijn studie weet ik dat de stad geen aardappelveld is waarop je iets kunt neerplanten en vanaf nul kunt vertrekken. De stad heeft nu eenmaal bepaalde eisen, meerdere lagen die op elkaar liggen, doorsteken… Dat is een aspect dat lange tijd door veel architecten werd genegeerd, maar dat tegenwoordig in alle steden aanwezig is: uitgaan van het bestaande, het niet verbergen, maar integendeel een andere manier vinden om erin te leven. Het contrast tussen het oude en het nieuwe creëert een dialoog en heeft charme. Ik ben dus, om op uw vraag te antwoorden, juist een groot voorstander van hergebruik en herinterpretatie van bestaande plaatsen. Je kunt in elk geval niet anders te werk gaan, behalve misschien in steden die uit het niets ontstaan, zoals in sommige landen in Azië, en je moet de voordelen er uithalen. Er zijn niet zo veel beschikbare terreinen voor scholen meer in Brussel. En je mag niet meer afbreken om daarna weer op te bouwen. Hoe transformeer je een industrieel complex in een gezellige school: dat is een interessante vraag. En het is niet zo ingewikkeld: jongeren zijn gewend aan de beeldentaal van videogames, die vaak gebaseerd is op bestaande locaties. En ze vieren feest in oude ruimtes die opnieuw zijn ingericht. 
 
Hoe moet de school van vandaag eruit zien? Is dat heel anders dan in de tijd waarin u naar school ging? En hoe ziet de ideale school van de toekomst eruit volgens u? 
Er is nood aan projecten zoals dit, die een bestaand gebouw hergebruiken en belang hechten aan een sociale mix. Want in de stad moet je verbanden aanknopen, ontmoetingen organiseren met mensen die elkaar anders niet ontmoeten. Er moet worden nagedacht over de openbare ruimte en over de school, bijvoorbeeld over de vraag of je een school ’s avonds open laat. Er moet ook worden nagedacht over de relatie tussen de school en de buurt: participatie van de buren in de schoolfeesten, betrokkenheid van oud-leerlingen bij jongere leerlingen. Als ik zie hoeveel tijd en energie sommigen investeren in dit project en hoe trots ze erop zijn, dan ben ik ervan overtuigd dat er een groot potentieel is. 
 
Hebt u zin om nog andere schoolprojecten aan te pakken? 
Als ik zie hoeveel enthousiasme een project als dit opwekt, dan is het duidelijk: ja, daar heb ik veel zin in.