You are here

 

Stadsproject Wet.

Het Stadsproject Wet is een van de twaalf stedenbouwkundige en architecturale programma’s uit het richtschema voor de Europese wijk. Het werd in april 2008 goedgekeurd door de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Het project is opgezet als een katalysator voor de herontwikkeling van de Europese wijk. Het moet de verbinding tot stand brengen tussen de grootste groeikern van internationale en Europese banen in het Gewest, een geheel van verschillende woonvormen en een centrale plek voor een aangenaam stadsleven, bestaande uit parken, culturele voorzieningen en recreatieve activiteiten voor iedereen.

Het project moet dit deel van de stad omvormen tot een wijk met gemengde stedelijke functies, die aansluit op de vereisten van duurzame ontwikkeling en compacte, dichtbewoonde steden.

Het programma van het Stadsproject Wet

Het programma bestaat uit een verdubbeling van het aantal toelaten m² tot 880.000 m² in totaal voor de hele perimeter, waarbij wordt gesteund op het openbaar vervoer. Het programma geeft de toelating voor:

Het programma verdubbelt het huidige aantal m2 tot 880.000 m2 in totaal voor de hele perimeter, waarbij wordt gesteund op een van de best uitgebouwde netwerken van het openbaar vervoer. Het programma geeft de toelating voor:

  • 400.000 m² kantoren extra in de perimeter voor de Europese Commissie, boven op de huidige 800.000 m² die zij nu al gebruikt in de Europese wijk, dus een stijging van 230.000 m² kantoren voor de Commissie in de perimeter van het Stadsproject Wet;
  • de massale bouw van woningen op 110.000 m²;
  • vergezeld van voorzieningen en handelszaken op een totaal van 60.000 m².

Herstructureringsprogramma
 ActueelVerhogingTotaal
Totaal vloeroppervlakte490.000 m2390.000 m2880.000 m2
Vloeroppervlakte kantoren470.000 m2240.000 m2710.000 m2
   waarvan Europese Commissie170.000 m2230.000 m2400.000 m2
   waarvan andere kantoren300.000 m210.000 m2310.000 m2
Vloeroppervlakte huisvestingen0 m2110.000 m2110.000 m2
Oppervlakte handelszaken en voorzieningenen20.000 m240.000 m260.000 m2

Een stedelijke vormgeving voor de Wetstraat en de omgeving

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft in samenwerking met de Stad Brussel en de Europese Commissie een architectuurwedstrijd georganiseerd, die is gewonnen door Atelier Christian de Portzamparc.

Het Stadsproject Wet van Atelier Christian de Portzamparc

Het Stadsproject Wet van Atelier Christian de Portzamparc heeft de volgende doelstellingen:

  • de wijk dichter bewoond maken door gebruik te maken van ‘ontwikkelingskansen’ (die met name beoordeeld worden op basis van de veroudering van de gebouwen in de perimeter);
  • de nauwe en claustrofobische straat veranderen in een open en levendige straat: minder rijstroken, meer openbare ruimte (‘pocket parks’), allerlei activiteiten langs de voetgangerszone, doorsteken naar aangrenzende wijken …;
  • een grotere architecturale vrijheid creëren voor bouwprojecten door voorschriften op te stellen die de coherentie van het geheel bewaken en tegelijk de nodige flexibiliteit toestaan voor nieuwe ontwikkelingen.

De voorgestelde stedelijke vorm is gebaseerd op de transformatie van de Wetstraat door het aanleggen van openbare plaatsen langs de straat en het creëren van drie bouwlijnen die afhankelijk zijn van de hoogte van de gebouwen. Die verschillende bouwlijnen zullen een ruimer perspectief bieden en het uitzicht op de bogen van het Jubelpark vergroten.

Voor deze metamorfose heeft Christian de Portzamparc verschillende voorstellen uitgewerkt:

1. herstel van het perspectief van de Wetstraat in de historische richting, dat wil zeggen vanaf het federaal parlement naar de triomfboog op in het Jubelpark. Hij wil een magistrale entree creëren aan de kruising van de kleine ring met de Wetstraat en nieuwe publieke plaatsen aanleggen langs de straat.

In de andere richting vanaf het Schumanplein de bouw van een symbolisch pand voor de Europese Commissie, dat de entree van de perimeter markeert. Voor het ontwerp van dit gebouw zal een architectuurwedstrijd worden uitgeschreven.

2. invoering van drie bouwlijnen aan weerszijden van de Wetstraat op basis van de hoogte van de gebouwen:

  • de rooilijn van de Wetstraat, die correspondeert met de bestaande gevels, wordt behouden en is bestemd voor monumentale en beschermde gebouwen;
  • een eerste terugwijking van de gevels geënt op het Schumanplein en bestemd voor lage gebouwen (van 8 tot 16 m) die dienen voor commerciële activiteiten en openbare voorzieningen en voor middelhoge gebouwen (van 45 tot 55 m) die dienen als woningen of kantoren;
  • een tweede terugwijking van de bouwlijn geënt op de Tervurenlaan van zo’n twintig meter ten opzichte van de bestaande rooilijn. Bestemd voor gebouwen van een hoogte tussen 77 en 114 m. Er wordt een uitzondering voor deze hoogteregel toegestaan voor blok B (eigendom van de Europese Commissie), dat 165 m hoog mag zijn. Dankzij de terugwijking van zo’n twintig meter kan de voetganger vanaf de straat de hoogste gebouwen zien liggen.

Die dynamische variatie in de hoogte van de gebouwen wordt in de hele perimeter doorgetrokken, zodat er meer lichtinval in de straten en in de huizenblokken is. Zo ontstaat bovendien een contrasterend stedelijk landschap, waarin verschillende architectuurvormen op elkaar inspelen.

3. een open straat, dat wil zeggen het creëren van openingen en doorkijken in de continue bouwlijn van de Wetstraat, maar met aandacht voor het bestaande stratenweefsel en met behoud van het principe van de drie bouwlijnen (zie hierboven). Er worden openbare plaatsen van verschillende grootte aangelegd langs de straat: pleintjes, parkjes, laterale tuinen … Daardoor ontstaat een parcours dat voortdurend vernieuwt, waar zich ‘verrassende wendingen’ voordoen en waar het licht tot in het hart van de huizenblokken doordringt.

4. open huizenblokken. Het project wil de huizenblokken opentrekken, maar wel met aandacht voor het bestaande stratenweefsel. Het kenmerk van een open huizenblok is dat het niet zijn hele perimeter bestrijkt. Het geeft de bouwwerken een bepaalde autonomie en brengt variatie in de hoogte van de gebouwen. Deze aanpak vergroot de doorkijken en de werking van het licht in de huizenblokken.

5. aanleg van vrije ruimten op grondniveau. Deze ruimten (aan de binnenkant van huizenblokken, naast gebouwen of langs de straat) zullen bijdragen tot de coherentie en het inzicht in het stedelijk landschap, waardoor dat een nieuwe dynamiek krijgt, die is opgebouwd rond gebruikte en lege plekken.
 

Deze vijf principes resulteren in een stedelijke vorm die bestaat uit contrasten en schaalveranderingen, die volgens Christian de Portzamparc intrinsiek zijn aan de stad van morgen, die de volgende elementen bevat:

  • monumentale elementen: het project voor de reconstructie van 190.000 m² kantoren om te voorzien in de behoeften van de Europese Commisie op blok B (waarvan zij eigenaar is);
  • erfgoed: gebouwen die op de monumentenlijst staan;
  • ‘landmarks’: het Frère-Orbanplein;
  • netwerken van laterale tuinen;
  • een terugwijkende bouwlijn voor de hoogste gebouwen die zullen verrijzen, zodat er licht kan vallen in de binnenkant van de huizenblokken.

‘Met zo’n geheel geven we een invulling aan de stad van morgen.’ (Christian de Portzamparc)

Een andere kwaliteit van de voorgestelde stedelijke vorm is zijn evolutie in de tijd. Drie bouwlijnen, drie gebouwhoogten, publieke en private plaatsen van alle afmetingen en open huizenblokken zijn stedenbouwkundige principes die de tand des tijds zullen doorstaan.

Het plan van Christian de Portzamparc is geen starre situatieschets, maar een plan dat ruimte open laat voor het toeval en dat rekening houdt met aaneenschakelingen van gebeurtenissen op basis van de behoeften, de mogelijkheden van vrijkomende grond, de wil tot investeren en de rendabiliteit. Dat toevalsaspect moet leiden naar een wijk met een mix van functies en gebruiken.

Christian de Portzamparc hanteert het credo: ‘Stedenbouw moet niet verbieden, maar ruimte bieden voor nieuwe vrijheden’. Hij wil zijn project en de wijk ruimte bieden voor een spel van vrijheden, dat instabiliteit en anarchie vermijdt.

In december 2010 keurde de Brusselse regering de richtlijnen die Christian de Portzamparc definieerde voor het Stadsproject Wet goed. Tegelijk startte de regering het proces dat moet leiden tot een snelle uitvoering van dit ambitieuze project.